Wanneer u op het kopje 'Blog' klikt, ziet u naast al mijn blogs van 2011 een kolom met verwijzingen naar alle eerder gepubliceerde blogs. Door simpelweg op de betreffende link te klikken wordt u automatisch naar die blog toe geleid.
Ik wens u veel leesplezier en reacties worden zeker op prijs gesteld.
De juiste woorden vind je niet in een woordenboek, maar worden geschapen door de geest, gevormd door het karakter, gestalte gegeven in klank en volgroeien in gezelschap van liefde. (John! 2007)
Nieuwe blogs: 't Pagthuys - blogs van John!
© John de Pagter 2011
Thanks for experiencing, hope you enjoyed. Please leave a comment.
De peuter ligt verscholen onder tafel en twee beentjes steken onder de stoel vandaan. "Zoek me dan, zoek me dan!" Met een hoop gespeelde drukte wordt er luid afvragend naar het kleine mensje gespeurd. "Hier niet en hier ook niet, waar kan 't kindje nou toch zijn?" Het lachen en gestommel vanuit de opzichtige verstopplek wordt steeds uitbundiger. "Hier ben ik, je moet me hier vinden!" De onbevangen hilarische ontknoping laat zich raden.
© John de Pagter 2011
© John de Pagter 2011
Thanks for experiencing, hope you enjoyed. Please leave a comment.
Vanochtend was hij met een enorme kater zijn bed uitgerold en toen hij deze met een jenevertje wilde bestrijden, bleek ook de laatste fles leeg. Hij rolde een jointje en bewoog zich al paffend naar de garage om zijn miniwietplantage in de hatchback te verzorgen. Hij liet zijn broek zakken en besproeide de plantjes in het licht van zijn boombox, die in de verstevigde hoedenplank was opgehangen. Genoegzaam constateerde hij hoe goed het gewas gedijt onder de aangename warmte van deze, continue onder spanning staande, geluidset.
Met haar dertigers ochtendopgewektheid draaide ze haar autootje van het kantmos de rondweg op en volgde daarmee automatisch de glimmend opgepoetste en vervaarlijk slingerende Golf. De man was, duidelijk niet handsfree, druk in de weer met zijn mobieltje en had blijkbaar ook nog genoeg tijd om haar uitgebreid te bestuderen. Aan het stukje gezicht dat ze via zijn binnenspiegel waarnam, zag ze dat het een wat oudere man was. Zijn pretoogjes probeerden bij haar een reactie te ontlokken en stiekem genoot ze een beetje van deze aandacht.
Nadat hij bedachtzaam alles op slot had gedraaid, reed ie weg om nieuwe drank en shag in te slaan. Nog maar net had hij The Roots Rock You lekker hard aangezet, toen zijn maatje belde. Hij legde zijn peuk in de asbak van zijn binnendeurs compleet gepimpte bolide en draaide vervolgens de vet dreunende bassen naar de achtergrond weg, zodat hij een hand vrij had om het gesprek aan te nemen. Met de gsm aan zijn oor zag hij in zijn spiegeltje een mooie jonge vrouw die hem, tot zijn groeiende genoegen, nauwlettend leek te bestuderen.
Hun wegen scheidden zich bij verkeerslichten waar hij rechtdoor ging en zij linksaf voorsorteerde. Eenmaal naast hem tot stilstand gekomen keek ze recht in de bekende ogen van een man met een te lange warrige haardos, die haar tandloos breed toelachte. Ze herkende hem aan zijn flodderige vale kleding die al jaren bestond uit hetzelfde bruine colbertje, een grof geblokt blauw overhemd onder een lubberige V-hals trui en de immer olijk gele stropdas. Deze grijsaard, het schattige oude opaatje van een bevriende collega, trakteerde haar op een guitige negentigers knipoog die haar gęnant deed kleuren. Wat ongemakkelijk zwaaide ze terug, maar het licht was al op groen gesprongen en de GTI bij haar vandaan gesjeesd.
© John de Pagter 2011
Thanks for reading, hope you enjoyed. Please leave a comment.
Ik zie naar de tijd voor me
kijk het verstrijken
Het is nog steeds zo laat
Weet wat ik voel, maar niet de juiste woorden
Als jij mijn hart niet had gestolen, gaf ik hem
Ik twijfel niet aan ons, dus geen onzekerheid
Geen kus zonder hartstocht
noch op reis zonder jou
Droom ik zonder slaap
Antwoorden uit besef leiden, meer is ongeuit
Elke letter een betekenis, als zinnig gevormd
Ik zoek de tekst die alles als juist vertaald
Ik denk aan ons
en mijn gevoel
Dat blijft
© John de Pagter 2011 voor Saskia
Vlak voorbij de toog stonden naast de ingang een paar klapstoeltjes geplaatst. De wand erachter was keurig geordend opgesierd met gekaderde foto’s in een grote bonte verscheidenheid aan lijsten. Ze toonden het leven op deze plek, van de korrelig zwart-witte jaren dertig tot de uitbundig gekleurde jaren zeventig. Daarna leek de tijd niet meer vereeuwigd.
Tussen al deze nostalgie hingen, met ongelijksoortige punaises, voorbeelden van hoe het lichaam expressief kan worden getooid. De meeste boeiden hem allerminst, want vanuit zijn standpunt zag hij alleen die ene ring. Tot een vrouw de kamer uitkwam en de deur voor hem open hield. Hij nam nog even aandachtig de vetgedrukte getallen op het plakkaat in zich op en liep langs haar naar binnen.
“Wat wil je?” De man smoezelde deze vraag gewoontegetrouw en keek hem niet eens aan. Een dikke pens trok het groezelige T-shirt, dat uitgelubberd over zijn net zo morsige bermuda hing, strak. Curieus genoeg waren de overmatig harige spekarmen vrij van tatoeages en kon hij ook geen enkele piercing op het zichtbaar corpulente lijf bespeuren.
Dat had een teken aan de wand moeten zijn en een reden om op zijn schreden terug te keren, maar op dat punt had zijn grootspraak hem reeds onafwendbaar voorbij elke scrupule bestierd. Zijn onherstelbare keuze had ie ‘s ochtends gemaakt, terwijl het nagonsde hoe zij hem vorige week nogmaals verzekerde dat zelfs zo’n watje als hij er echt nauwelijks iets van zou voelen. Altijd had hij bij de gedachte gegruweld en toch had ie in de loop van de dag iedere ingebeelde angst overwonnen, want deze veertiende februari hij zou haar bewijzen geen slappeling te zijn.
Tot hij dus voor die lomperik stond, welke er niet naar uitzag geduldig op een antwoord te gaan wachten. "Een labret." Hij flapte het er geforceerd uit, zonder er nog een laatste nuchtere overpeinzing aan vooraf te laten gaan.
Verkrampt voelde hij hoe de naald langzaam en pijnlijk zijn huid tussen het tandvlees en lip doorboorde. Met beide handen kneep ie hard in de stoelleuning, waardoor zijn vingers dodelijk wit wegtrokken. Zijn gezicht was zweterig klam en een nare misselijkheid versterkte het gezwollen gevoel onder zijn lip.
Uiteindelijk zat het er in en staarde hij suffig voor zich uit, maar al snel dreunde er “twintig euro” in zijn linkeroor. De man trok hem driftig uit de stoel en drukte hem, na ontvangst van het geld, een A4’tje met do’s and don’ts in handen. Er werd nog iets onverstaanbaars gemompeld, maar hij haastte zich langs de bar naar buiten en hoorde achter hem de volgende klant eenzelfde ongeďnteresseerde begroeting toegeworpen krijgen.
Na twee straten frisse winterskoele lucht drong het door wat ie had gedaan en, in strijd met wat bij later nalezen de don’t regel zeven bleek te zijn, peuterde hij in een vlaag van spijtig berouw het ringetje los om het vervolgens uit het vochtige vlees te wurmen. Het ging flink bloeden, maar gelukkig luchtte dat ook heel erg op. Hij propte de ontdane piercing in zijn broekzak en liep met een hand tegen de wond naar z’n auto.
Thuis gekomen belde hij haar om zijn relaas te doen, maar ze kon alleen maar steeds meer en harder gaan lachen. “Natuurlijk moest jij zonder enig research weer voor de goedkoopste kiezen, sukkel”. Nu achteraf zag hij de humor van deze behoorlijk onbezonnen actie wel in, maar hij had ‘m wel laten zetten. Du moment dat ze proestte “zie je nu wel, je bent een watje”, beet hij nijdig terug dat ze zelf eerst maar eens moest tonen het lef te hebben. Zonder haar reactie af te wachten hing hij op, zichzelf afvragend waarom ie niet gewoon een kaartje had gestuurd.
Geďrriteerd pakte hij de krant en begon hem getergd door te bladeren. Een koude rilling rolde door zijn lijf toen bij pagina dertien kwam. Het artikel kopte ‘Barman Bertus beunt’ en de foto erbij toonde de barbaar van zijn enerverende middag. In de onthullende tekst las hij met groeiende ontsteltenis hoe een uitbater onkundig bijverdiende om zijn door het rookverbod gederfde klandizie te compenseren.
De bladen van het dagblad slingerden richting de achterdeur uiteen, hij had een lege blik naar buiten geworpen en liet die daar een wijle wezenloos rusten. Toen had hij liefst gewild dat zij haar lippen even tegen die van hem had gedrukt, maar hij was slechts alleen met zijn stoere litteken in wording.
Op dat ogenblik herinnerde hij zich ‘Is This The End’, een plaat van Pink Industry die hij op z’n negentiende kocht. De Aanslag, de Falklandoorlog, de Rubiks kubus, de Solidariteit, de Private Investigations, de Decembermoorden en de Monty Python Live at the Hollywood Bowl historiseerden dat jaar in het bijzonder. Waanzin Waanzuit, weemoed met een gaatje in je hoofd en deze valentijn geen seks.
© John de Pagter 2011
Link de emotie: CdlC 18+